Daklozen blijven in de kou staan
Verplichte telefonische ‘reservering’ voor opvang zorgt voor chaos
Reeds 1 reacties | reageer zelf
 Freddy, voor de gesloten deur: ‘Ik wil vannacht niet op straat gaan liggen.’gia
© Gianni Barbieux
|
|
|
|
GENT – Het Rode Kruis opende, wegens de vrieskou, dinsdagnacht een extra opvangcentrum voor daklozen aan de Port Arthurlaan. Maar uiteindelijk bleef er niemand slapen. Tegelijkertijd moest een aanzienlijke groep mensen aan het bestaande opvangcentrum in de Gasmeterlaan tot 22.30 uur buiten blijven staan. Ze wisten niet dat ze vanaf dinsdag op voorhand moesten ‘reserveren’. Simon De Vriendt
Diep in de Gentse haven wachten, in een oude douanepost, dertig veldbedden en enkele kinderbedjes op ‘klanten’. Maar geen enkele dakloze vindt de weg naar dat nieuwe opvangcentrum van het Rode Kruis en Stad Gent. Tijdens de wintermaanden moet dit centrum de opvangplaatsen van het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) aanvullen. In de Gasmeterlaan heeft het CAW dertig bedden, aan de Vlaamsekaai twintig.
Iets na 21uur komen Kevin en Horvath langs aan de Vlaamsekaai, maar ze mogen tot hun verbazing niet binnen, omdat ze geen telefonische afspraak hadden gemaakt. ‘We moeten morgen tussen 11 en 15uur bellen en dan mogen we hier morgenavond terugkomen.’
En vanavond? ‘Geen idee, ik snap het niet meer hoor. De gang van het Sint-Pietersstation misschien of een appartementshal… En anders gaan we wat flikken embêteren, in het cachot is het ook warm.’ Ze verbijten de ontgoocheling en stappen grappend de nacht in.
Aan de Gasmeterlaan wacht intussen een aanzienlijke groep mensen voor de deur. Stoere grijsaard Freddy, een Arabier die geen Nederlands spreekt, twee drinkebroers uit Aalst en een charmante Hongaar met een schattig dochtertje van zeven jaar oud, Delinke. Het meisje is moe en heeft honger, maar ze is het zonnetje van de groep. Met een roze jasje en een wollen muts glijdt ze op haar step overal door, strooit met knuffels en vraagt iedereens naam.
‘Het is een schande’, foetert Freddy (64). ‘Ik kom hier al drie jaar en nu mag ik opeens niet binnen.’ In een warme zaal op de eerste verdieping staan 25 bedden. Maar de deuren gingen om 21 uur enkel open voor de 17 mensen die reserveerden. De anderen moeten wachten tot 22 uur. Dan kunnen ze naar een centrale bellen, die hen vervolgens zegt waar ze eventueel nog terechtkunnen. De ontgoocheling is groot. ‘Niet alle daklozen hebben een GSM hé’, zegt Freddy. Kevin valt hem bij: ‘Ik wel bellen, maar het is een betalend nummer en ik heb geen belwaarde.’
Engelenwerk
Drie jonge meisjes van Straathoekwerk Gent kwamen vanavond mee voor de deur staan en ontfermen zich over de groep. Iedereen verbroedert in de inkomhal, de meisjes bellen rond en proberen iedereen gerust te stellen. ‘Het gaat wel lukken, we vinden wel een plaatsje voor iedereen.’
Maar Freddy, die net nog liep te foeteren dat hij eens goed zijn gedacht ging zeggen bij burgemeester Termont, zakt huilend op de grond. ‘Ik wil vannacht niet op straat gaan liggen.’
De meisjes proberen hem op te beuren. ‘Komaan Freddy, ik voel dat het gaat lukken.’ En al snel kan de struise kerel terug lachen. ‘Als het niet lukt, blijf ik bij jou slapen. Op de vloer is goed hoor, maar ik ga misschien wel schoon dromen.’
Als de meisjes om 22 uur naar het opgegeven nummer bellen, komt er geen antwoord. Er blijkt een verkeerd nummer verspreid te zijn. Lichte paniek, maar de meisjes vinden een ander nummer en om 22.30 uur komt een medewerker van het CAW naar beneden. Hij roept een voor een de namen af. Eerst Delinke met haar papa. Dan de jongens uit Aalst, die ongerust achter zich kijken of ook hun vrienden nog binnen mogen. En als laatste ook Freddy, die de meisjes van Straathoekwerk in de armen valt. ‘We hadden nog precies zeven bedden’, vertelt de man van het CAW.
Om twintig voor elf kunnen de meisjes na drie uur engelenwerk blij naar huis. Ook het centrum in de Vlaamse Kaai zit vol. Maar alle wachtenden vonden een plaatsje. De bedden aan de Port Arthurlaan bleven leeg.
Recente reacties